Kerkenlandschap Religieus erfgoed

De Sint-Odulphuskerk ... één millennium later: het loont de moeite!

11 februari 2021 Borgloon 926

In de monografie “Het Haspengouws kerkenlandschap” heb ik op pp. 26-27 de Loonse kapittelkerk anno 2015 breedvoerig geportretteerd. Laat deze blog hierop een aanvulling en vooral, dankzij de onthullingen van de jongste restauratie, een verfijning zijn. Bijgaand grondplan toont dat de (neo)romaanse Sint-Odulphuskerk in drie bouwfasen tot stand kwam. Van de romaanse kern (11-12de eeuw) resten de middenbeuk, de viering, de helft van het hoogkoor, het zuidertransept en de kloostergang. Bij de bouw hiervan werd hoofdzakelijk keiharde silexsteen met een roodkleurig voegwerk gebruikt. De vroeggotische mergelstenen westtoren dateert van 1406. De zijbeuken en -koren alsook de oostelijke helft van het hoogkoor zijn het resultaat van een historiserende reconstructie (1903-07) in neoromaanse stijl o.l.v. van de gerenommeerde architecten-tandem Hyacinth Martens en Vincent Lenertz. De Sint-Odulphuskerk is een ‘open kerk’ en derhalve, met sfeervolle achtergrondmuziek, vrij toegankelijk. Een bezoek aan de sacristie met het Odiliaschrijn is enkel mogelijk o.l.v. een gids. Info: www.borgloon.be/toerisme.

Een eerbiedwaardige erehaag in de gotische westtoren

Het doksaal werd ontmanteld wat de ‘zwevende’ deur naar de wenteltrap verklaart. Het Clerinx-orgel (1861), ingebouwd in een beschermde barokke orgelkast (1652), is momenteel in restauratie en zal ca. 2022 weer op post zijn. Het zal dan gemonteerd worden op het nieuw ‘balkon’ tussen de toren en het kerkschip. Na deze reorganisatie beklemtoont de naakte gotische torenschacht in gewitte Maastrichtersteen,  meer nog dan voorheen, het verticalisme van het gotisch stijlconcept. Het toont tevens hoe sober en quasi zonder ornamentiek de vroeggotiek (1406) op het Haspengouwse platteland wel was. De bogen en het raam zijn spitsboogvorming. Het kruisgewelf rust op vier sterk verweerde, figuratief opgesmukte kraagstenen. Tegen de zuidermuur poseert een vijfdelig gezelschap eikenhouten heiligenbeelden (17/18de-eeuwse volkskunst) die afkomstig zijn uit de 17de-eeuwse Schabergkapel op de scherpe hoek van de Tongersesteenweg en Gillebroek. V.l.n.r. begroeten we pestheilige Rochus van Montpellier (in pelgrimsoutfit met twee sint-jakobsschelpen, verzweerde dij, kalebas, hond, engel), kluizenaar Antonius abt (in tuniek, varken), een ietwat verwijfde apostel-evangelist Johannes (boek, kelk), de Haspengouwse Gertrudis van Nijvel (kanunnikes, twee muizen, doodskop, duivel) en een anonieme bisschop (met mijter maar ontdaan van zijn attributen).

Romaanse middenbeuk, toppunt van soberheid

De middenbeuk ontvouwt zich als een uitermate sober romaans volume met tweemaal vijf bovenlichten in de egaal wit bepleisterde muren. De rondboogarcaden op de scheiding met de zijbeuken rusten op kollossale, vierzijdige pijlers zonder kapiteel. Typisch romaans is het vlakke, eikenhouten plafond. Het toont de eenvoud van de oorspronkelijke burchtkerk –een vijfbeukige Maaslands-romaanse pijlerbasilica– die de graven van Loon lieten bouwen (1049) en verbouwen (1130-31). De vloer werd tijdens de jongste restauratie vernieuwd. De natuurstenen preekstoel (1925) is een geslaagde neoromaanse creatie van kunstenaar Pirlot. In de sokkel zijn de symbolen van de vier evangelisten gebeiteld en de kuip toont de vier vergulde Latijnse kerkvaders … allemaal prominente verkondigers van het christelijk gedachtengoed. Op het secco boven de preekstoel beaamt een Christus Triomfator deze boodschap volmondig met de woorden ‘Ego sum via, veritas et vita’ (Ik ben de weg, de waarheid en het leven). N.v.d.r.: een secco is een muurschildering die op een droge wand wordt aangebracht. Fresco’s worden op een vochtig substraat geschilderd en weerstaan beter de tand des tijds.

De neoromaanse noorderbeuk annex Mariakapel

De meest westelijke travee van de tweebeukige, neoromaanse noorderbeuk fungeert als portaal en de doopkapel. De vroeggotische kuip (15de e.) van de doopvont rust op een laatromaans voetstuk (13de e.); het moderne brandglasraam (1964) van de plaatselijke kunstenaar Jos Knaepen verbeeldt het doopsel van Jezus door Johannes. De ontdubbelde noorderbeuk is overspannen met stenen kruisgewelven die centraal rusten op de teerlingkapitelen van de achtkantige arduinen pijlers. De rondbogen en gewelfsleutels zijn decoratief beschilderd met geometrische florale motieven.  Tegen de noordermuur staan een neoromaanse biechtstoel en een kwintet stenen beelden (19de eeuw): van west naar oost identificeren we een beschermengel, allesvinder Antonius van Padua (boek, kind, lelie), martelaar Sebastianus van Sebaste, noodhelpster Barbara van Nicomedië (martelaarskroon, toren) en voedstervader Jozef (bloeiende staf). Het noordertransept is ‘romaans’ overspannen met een vlak, houten plafond. Tegen de buitenmuur leunt een 18de-eeuwse kerkmeesterbank, geflankeerd door twee schilderijen: de ‘kruisdood van Christus’ (met Jacobus en Barbara als getuigen) en de ‘Keizerspenning’. Op het beeld van Lambertus zoomen we aanstonds nader in. Onder de sterrenhemel van het noorderkoor staat de H. Maria centraal. De brandglasramen (1910, G. Ladon, Gent) belichten taferelen uit haar bewogen leven aan de zijde van haar zoon. Op het altaar rust een processiemadonna; haar fiere ouders Joachim en Anna (fresco’s) kijken goedkeurend op hun dochter neer. En bij de toegang tot de ronde koorabsis poseren ‘profeet’ Simeon van Jeruzalem (met Jezuskind) en moeder Anna.

Het legendarische ‘Manneke van Loon’

In het noordertransept staan we even langer stil bij het beeld van bisschop Lambertus van Luik, een rasechte Haspengouwer. Dit eikenhouten, laatgotisch beeld dateert van omstreeks 1520 en wordt toegeschreven aan de ietwat mysterieuze Luikse beeldsnijder ‘Meester Balthazar’. Welnu, aan dit beeld kleeft een volksverhaal. Met uitzondering van Jezus en zijn moeder Maria –ik denk hierbij o.m. aan de voorstellingen van Jezus Triomfator, Christus-op-de-koude-steen, Mater Dolorosa en Sedes Sapientiae– worden de meeste heiligen staand afgebeeld. De in gepeins verzonken Loonse Lambertus is echter zittend geportretteerd … voorzet gevend aan de interpretatie dat hij een luierik is. Welnu, in Borgloon en omgeving bestaat sinds mensenheugenis de volkse uitdrukking ‘Het menneke van Loon onder de armen hebben’. Dat wordt gezegd van iemand die liever de handen niet uit de mouwen steekt omdat anders het luie menneke dat onder zijn oksel steekt, op de grond zou vallen. Welnu, dat ‘menneke’ zit hier ter rusten.

De viering: halo … ook u bent ‘verbonden’!

De viering, a.h.w. het ‘plein’ waar alle ruimtes van een kerkgebouw convergeren is, het vroegromaans stijlconcept getrouw, uitermate sober. Het heeft een vlak, houten plafond en de pijlers zijn ietwat robuuster dan in de middenbeuk. Op de koorpijlers zijn in vroeggotische secco’s (ca. 1400) de oorspronkelijke patroonheiligen van dit gebedshuis afgebeeld, met name Petrus (omgekeerd kruis) en Paulus (zwaard). Bij de jongste restauratie is de verhoogde overgang van de viering naar het hoofdkoor halfcirkelvormig gemaakt en voorzien van een houten parketvloer. Het sobere dienstaltaar en dito meubilair op dit halfrond zijn afkomstig uit de kapel van het brigittijnenklooster (Nieuwland). Rond de viering loopt, door alle aanleunende ruimtes heen, een goudkleurige ring. Deze zgn. halo is een eigentijds ‘accent’ van het Leuvens architectenduo Gijs Van Vaerenberg … de auteurs van het intussen wereldvermaard doorkijkkerkje op de Loonse Bollenberg. Deze ring –mag ik het een ‘corona’ (Lat.: corona = kroon; de kroon op het recente restauratiewerk!) noemen?– heeft geen enkele architecturale functie maar symboliseert de verbinding van de verschillende kerkruimtes en suggereert de zoekgeraakte verbindingen in onze hedendaagse maatschappij. Dit innoverend element past perfect in het romaans stijlconcept: het is onmiskenbaar aanwezig maar domineert helemaal niet … alsof het ‘een boodschap’ van alle tijden is!

Kleurrijk hoofdkoor, getekend Adolphe Tassin

Tussen de westelijke en de oostelijke helft van het hoogkoor ligt een tijdspanne van ca. 750 jaar. Binnenin is van deze discordantie nagenoeg niets te merken. De volledige ruimte is overspannen met een vlak, houten plafond. De Luikse schilder-decorateur Adolphe Tassin (1852-1923) compartimenteerde de muren a.h.w. in drie horizontale niveaus met thematische neoromaanse muurschilderingen (1904): onderaan rozetten met pelikanen, in het midden zeven eucharistische taferelen (met Latijnse citaten) uit het Nieuw Testament en bovenaan vier scènes uit het Oud Testament. De glasramen (1910, G. Ladon, Gent) weerspiegelen gebeurtenissen uit het leven van Christus. De rozet in de koorsluiting toont een select gezelschap met rond Jezus Triomfator: het duo kerkpatronen (Petrus en Paulus) en het evangelistenkwartet (met spreuk en symbolen). Het neoromaans retabelaltaar  (1908) is een creatie van Pirlot; in de nissen beamen o.a. Juliana van Mont Cornillon, Thomas van Aquino en Clara van Assisi het eucharistisch thema. De vergulde, laatgotische pelikaanlezenaar dateert uit de 15de eeuw;  hij is gemonteerd op een beeldig neogotisch onderstel (1877) van Martens-Rasquin. De Christusfiguur op het triomfkruis is vroeggotisch (13de eeuw); het neogotisch kruis (met de symbolen van de evangelisten) is 19de-eeuws. Dé artistieke blikvanger is het 17de-eeuws koorgestoelte van de lokale schrijnwerker Gisbertus Hechtermans (+1684) … een hoogtepunt van Haspengouwse barok. Het herinnert aan de vroegere status van dit gebedshuis als kapittelkerk. Vooral de decoratieve zittertjes met religieuze, symbolische en allegorische figuren imponeren. [De enige stilistisch discordantie in het koor is de spitsboogvormige gotische blindnis in de zuidmuur … niet meer dan een detail!]

De zuiderbeuk, een ode aan Odulphus en de Haspengouwse mystica’s

De zuiderbeuk verkennen we van oost naar west. In de halfronde absis van het zuiderkoor brengen glasramen (1910, G. Ladon, Gent) de hagiografie van Odulphus van Brabant in beeld. In de eerste eeuwen van het tweede millennium werd, wellicht op aandringen van de grafelijke familie, de tandem Petrus & Paulus als kerkpatroon voorbijgestoken door de in Vlaanderen vrijwel onbekende Odulphus. De voorouders van het grafelijk geslacht ‘van Loon’ waren immers afkomstig uit het huidige Nederland (Noord-Brabant), vandaar dit Hollands accent. Naast kerkpatroon Odulphus worden in het zuiderkoor de 12-13de-eeuwse Haspengouwse mystica’s Lutgardis van Tongeren, Christina Mirabilis van Brustem en Jutta van Borgloon belicht. Ze kleuren een brandglasraam. Een schilderij (18/19de eeuw) rapporteert het wonder dat zich voltrok tijdens het bezoek van Lutgardis aan Jutta: uit Jutta’s handen vloeit heilzaam zalvende olie! Volgens de legende verbleef Jutta gedurende 40 jaar in een schamele kluis naast het kerkkoor; via een raampje zag ze het tabernakel in het hoofdkoor. In het zuiderkoor staat sinds eind 2020 een Vlaams topstuk geëxposeerd: de miraculeuze stoel van Lutgardis van Tongeren … het oudste zitmeubel van de Nederlanden! Een zitsessie op deze stoel heeft naar verluidt in het verleden heel wat vruchtbaarheidsproblemen bij dames opgelost. Dit kon én mocht nog tot medio 2020 toen deze stoel in de kloosterkapel van de cisterciënzerinnenabdij van Colen stond. Hier, in de Sint-Odulphuskerk van Borgloon mag je er alleen maar naar kijken, aankomen niet! Vanuit het zuidertransept kan je naar de romaanse kloostergang (infra). In de dubbele zuiderbeuk kom je wederom vijf heiligenbeelden tegen: de gevleugelde Christina Mirabilis, een H. Hartbeeld,  minderbroeder-kluizenaar Franciscus van Assisi (stigmata, kruisbeeld, boek, geldbeurs), apostel-martelaar Andreas (x-vormig kruis alias andreaskruis, open boek) en noodhelper Eligius van Noyon (hamer, aanbeeld, staf). Helemaal achteraan, tegen de westmuur, hangt het 18de-eeuws doek ‘De kruisafneming’. De voormalige bergplaats in de zuidwesthoek werd herbestemd tot een polyvalente ruimte: vestiaire,  sanitair en keuken. Alhoewel het sacrale de hoofdfunctie van de gerestaureerde Sint-Odulphuskerk is én blijft, biedt deze infrastructuur ook de mogelijkheid tot het organiseren van ‘passende’ evenementen zoals concerten, voordrachten, … .      

Van kloostergang tot lapidarium

Het volume van het U-vormig, romaans kapittelklooster dat in ’s graventijd (11-12de-eeuw) tegen de zuidgevel van de burchtkerk aanleunde, is gereduceerd tot de oostelijke kloostergang en de kapittelzaal in de zuidvleugel. De kloostergang ontvouwt zich thans als een lapidarium met fragmenten van antieke zuilen, kraagstenen en kapitelen, de rechterhelft van de wijdingsteen van de oorspronkelijke romaanse pijlerbasilica, de gehavende kuip van een romaanse doopvont, (brokstukken van) grafstenen van illustere lieden uit de adellijke, stedelijke of geestelijke stand, een witstenen sarcofaag (10de eeuw) en de gedenksteen met de namen van personen en instellingen die nauw bij de recente restauratie (2018-21) betrokken waren. Achter de hermetisch vergrendelde deur aan het zuidelijk uiteinde van de kloostergang bevindt zich de sacristie, de nieuwe thuishaven van een ander Vlaams topstuk … het Odiliaschrijn, het onderwerp van mijn volgende blog.   

 

 

 

Lapis, mors-abolescens.
11 februari 2021


Scroll to Top
Scroll to Top